WEBLOG
Publiek Private Samenwerking in Nederland
| 31-05-2007
De Nederlandse overheid probeert al jaren PPS-aanbestedingen te stimuleren, waarbij de financiering, het ontwerp, de bouw en het beheer van gebouwen geïntegreerd in één contract worden aanbesteed. Zo"n contract heet een DBFM-contract (Design, Build, Finance, Maintain). De looptijd bedraagt veelal vijfentwintig tot dertig jaar. Achterliggende gedachte is dat alle betrokken partijen belang hebben bij het minimaliseren van de totale levensduurkosten van een gebouw. Dat in tegenstelling tot de traditionele gang van zaken, waarbij ontwerp, bouw en beheer zo goed als helemaal los van elkaar staan. Ofschoon op de achterliggende logica niets valt af te dingen, komt deze vooruitstrevende contractvorm in Nederland niet bepaald vlot van de grond. En dat is jammer.
Ten tijde van het eerste kabinet Major besloot de Britse overheid haar financieringsprobleem als gevolg van een enorme behoefte aan nieuwbouw en renovatie in de publieke sector op te lossen door het stimuleren van DBFM-contractvorm in PPS-aanbestedingen. Intussen is dat een heel normaal fenomeen geworden in Groot-Brittanië. Rond de eeuwwisseling besloot de Nederlandse overheid een Kenniscentrum PPS in te richten bij het Ministerie van Financiën. Dat centrum kreeg als taak zulke PPS-aanbestedingen te stimuleren en de daarbij opgedane kennis te verspreiden. We zijn nu zo"n zeven jaar verder. De eerste PPS-aanbestedingen vonden plaats in de infrastructuur. In 2002 kwam de eerste aanbesteding in de utiliteitsbouw in de markt. Het betrof het Montaigne Lyceum, een school in het voortgezet onderwijs in Ypenburg (Den Haag). Enkele jaren later volgde de renovatie van het Ministerie van Financiën in Den Haag. Momenteel lopen nog vijf vergelijkbare aanbestedingen. Al bij al nog steeds niet zoveel dat er echt sprake is van een volgroeide markt voor DBFM-contracten in Nederland. PPS-aanbestedingen brengen enorme tenderkosten met zich mee. Voor marktpartijen zijn die alleen maar te verantwoorden wanneer het gaat om grote volumina. En daar zit in Nederland een probleem. De Britse overheid was in de jaren negentig in staat een cluster van 29 (!) scholen in en rond Glasgow in één tender op de markt te zetten. In tegenstelling tot de Britse overheid kan die in Nederland clustering van nieuwbouw- en renovatieprojecten in de publieke sector niet afdwingen. Dat is jammer, want PPS-aanbestedingen vormen een enorme professionaliseringsstimulans voor de inkoop- en de facilitaire functie.
Opdrachtgevers moeten leren functioneel te specificeren. Zeker wanneer de contracten een lange termijn beslaan, moet er bijvoorbeeld nagedacht worden over de vraag hoe marktconformiteit op die lange termijn kan worden gewaarborgd. Dat vraagt om intelligente contractclausules. Ook het contractmanagement krijgt een enorme impuls. DBFM-contracten zijn extreem outputgericht. Daarbij horen boetemechanismen, die in principe tot fors oplopende boetes kunnen leiden. Partijen zullen hier in de praktijk echter volwassen mee moeten omgaan. Immers, als zo"n boetemechanisme gedurende lange tijd vaak in werking treedt, is er iets grondig mis en zal er snel een probleem voor alle partijen ontstaan. Een boeteclausule is geen enkele garantie voor een goede samenwerkingsrelatie.
Bij PPS-aanbestedingen ontstaat ruimte om de facilitaire invalshoek vanaf de allereerste ontwerpfase in het ontwikkelingsproces mee te nemen. Dat is een grote positieverbetering, maar ook een enorme uitdaging voor die discipline. Men zal immers moeten leren in die fase professionele input te leveren en samen te werken met architecten, installatieadviseurs en bouwers. Dat vraagt niet alleen diepgaande kennis van tal van facilitaire aspecten, maar ook de vaardigheid samen te werken met partijen die tot totaal verschillende werelden en culturen behoren. Diegenen die iets met facility management hebben, zouden eigenlijk moeten hopen dat PPS-aanbestedingen een grote vlucht gaan nemen. Dat zou er immers toe leiden dat de facilitaire invalshoek steeds vaker vanaf het allereerste ontwerpstadium gewicht in de schaal gaat leggen bij het totstandkomen van gebouwen. Laten we hopen dat het de overheid toch lukt hiervoor een voor marktpartijen lucratieve markt voor te maken. Als was het alleen maar omdat DBFM-contracten ook een uitstekende concrete vorm van duurzaam inkopen zijn.








